Skip to content

1960 (Fighting Don xx x Niccolo dell’Arca xx)

 

Samenvatting

 

Uppercut xx is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm, die in 1960 in Ierland is geboren. Zijn vader is de donkerbruine hengst Fighting Don xx (1942, V. Fighting Fox xx) en zijn moeder is de bruine merrie Thrilled xx (1952, V. Niccolo dell’Arca xx).
Uppercut xx is op tweejarige leeftijd twee keer uitgebracht in een ren, maar is daarbij ongeplaatst gebleven. Daarna is hij door D.J. Mellema naar Nederland gehaald, waar hij in 1963 is goedgekeurd door de Stichting Nederlandse Draf- en Rensport (NDR) en het Noord-Nederlands Warmbloed Paardenstamboek (NWP) en later door het KWPN. Hij is tot en met 1982 actief geweest in de fokkerij.
Van hem zijn 1296 nakomelingen geregistreerd, waaronder twaalf dochters die moeder van een goedgekeurde hengst zijn geworden en zeventien zonen die zijn goedgekeurd voor de fokkerij.

Het KWPN heeft op diverse plaatsen aangegeven dat Uppercut xx springaanleg vererft. Hoewel hij daar zelf nooit blijk van heeft gegeven en het aantal succesvolle internationale springpaarden van hem nihil is, blijkt uit de cijfers die zijn gepubliceerd in het NHS/WPN jaarboek 1988 dat hij op landelijk niveau tot de betere leveranciers van springpaarden behoorde. Volgens het jaarboek zijn 72 nakomelingen van hem geregistreerd in de klasse Z springen en 36 in de klasse Z dressuur.

Uppercut xx heeft een aantal goede sportpaarden gegeven, maar lang niet alle nakomelingen waren makkelijk te rijden. Uppercut xx heeft zelf tijdens enkele presentaties tijdens hengstenkeuringen een wanvertoning gegeven en ook diverse nakomelingen toonden regelmatig spanningen en/of pleegden verzet.

Het KWPN heeft in 1976 het preferentschap aan Uppercut xx toegekend voor zijn fokkerijprestaties en zijn oudste goedgekeurde zoon Uniek NWP (1965) heeft het keurpredicaat ontvangen. Met uitzondering van Uniek en Nabuur KWPN (1972) zijn alle andere zonen van Uppercut xx in de fokkerij tegengevallen en voortijdig uit de fokkerij verdwenen.


Uppercut xx is in 1983 overleden.

 

 

Inhoud

 

Voorkomen en afstamming
Vader
Moeder
Sport- en fokkerijcarrière
In de fokkerij actieve zonen
Dochters
Nakomelingen in de sport
Zonen en hun nakomelingen in de fokkerij

1. Uniek NWP 1538 (1965)
2. Universal NWP 1543 (1966)
3. Ideaal KWPN 3 Stb (1967)
4. Indicator  KWPN  8 Stb (1967)
5. Janmaat KWPN 46 Stb (1968)
6. Kalief KWPN 72 Stb (1969)
7. Kruger KWPN 73 Stb (1969)
8. Meridiaan KWPN 122 Stb (1971)
9. Nabuur KWPN 136 Stb (1972)
10. Olfert KWPN 172 Stb (1973)
11. Orvil KWPN 181 Stb (1973)
12. Ovidius KWPN 184 Stb (1973)
13. Panter KWPN 202 Stb (1974)
14. Rembrandt KWPN 232 Stb (1975)

 

 

Voorkomen en afstamming

 

 

Uppercut xx 2079 BB / 1483 NWP is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is in 1960 geboren en is gefokt door M. Newman in Ierland.

 

Vader

De vader van Uppercut xx is de donkerbruine hengst Fighting Don xx. Hij is in 1942 geboren en is gefokt door de Greentree Stable in Lexington, Kentucky, Verenigde Staten.

De vader van Fighting Don xx is de bruine hengst Fighting Fox xx (1935, V. Sir Gallahad xx). Hij is gefokt door de Belair stoeterij in Collington in de Amerikaanse staat Maryland.
Fighting Fox xx heeft in de jaren 1937 -1940 aan 35 rennen deelgenomen en heeft een winsom van $ 122.000.
Van hem zijn 307 veulens geregistreerd, waarvan er 270 in rennen zijn gestart en negentien een klassieke ren hebben gewonnen. De nakomelingen hebben samen een winsom van $ 4.100.000.

De moeder van Fighting Don xx is de bruine merrie Bird Nest xx (1929, V. Mat Hatter xx) en tweede moeder is de bruine Free Top xx (1921, V. Ultimus xx).

Fighting Don xx is 54 keer gestart in een ren en heeft zeventien keer gewonnen. Fighting Don heeft een winsom van $ 76.930.

Fighting Don xx heeft in 1950 en 1951 in de Verenigde Staten enkele merries gedekt en is in 1954 verkocht naar Ierland, waar hij van 1955 tot en met 1968 actief is geweest in de fokkerij. Van hem zijn in Ierland 83 veulens geregistreerd.

Moeder

De moeder van Uppercut xx is de bruine merrie Thrilled xx. Zij is in 1952 geboren en is gefokt door G. Bayliss.
Haar vader is de hengst Niccolo dell’Arca xx (1938, V. Coronach xx), die een geweldig goed renpaard was en van de vijftien starts twaalf keer won, waaronder de Italiaanse Derby en de Italiaanse St. Leger.

Thrilled is dertien keer in een ren gestart maar is nooit geplaatst. Als fokmerrie heeft ze vier veulens gebracht, waaronder de hengst Gay Challenger xx (1959, V. Royal Challenger xx), die in 34 rennen is gestart en tenminste vijf overwinningen heeft behaald. In 1963 is hij naar de Verenigde Staten gegaan, waar 20 nakomelingen van hem zijn geregistreerd.

Tweede moeder van Uppercut xx is de bruine Gay Lydia xx (1947, V. Pactolus xx).

Aan de verdere moederlijn hebben de hengsten Solario xx (1922),  Hurry On xx (1913), Pommern xx (1912) en Sundridge xx (1898) bijgedragen.

Sport- en fokkerijcarrière

Uppercut xx is op tweejarige leeftijd twee keer uitgebracht in een ren, maar is daarbij ongeplaatst gebleven. Daarna is hij verkocht aan de Dirk Jans Mellema, die een groot allerbouwbedrijf had in de Reiderwolderpolder, dat in het noordoosten van de provincie Groningen ligt. Mellema was ook een vooraanstaand bestuurder in de hippische sport- en fokkerijorganisaties in Nederland.

Uppercut xx is in 1963 goedgekeurd door de Stichting Nederlandse Draf- en Rensport (NDR) en het Noord-Nederlands Warmbloed Paardenstamboek (NWP) en later door het KWPN. Hij is tot en met 1982 actief geweest in de fokkerij.

In 1964 heeft hij  een bedrijfsproef afgelegd en een 1b premie gekregen en later in het jaar heeft hij een zadelproef afgelegd waar hij derde van drie deelnemers is geworden.
In de jaren 1970 – 1975 is hij elk jaar tijdens de KWPN-hengstenkeuringen in Zuidlaren in een rijpaardrubriek getoond. Verschillende keren is dat uitgelopen op een wanvertoning omdat Uppercut xx zijn eigen agenda had.

In 1973 heeft het KWPN het keurpredicaat aan Uppercut xx toegekend en in 1976 is het preferentschap aan hem verleend.
Daarover is door het KWPN gemeld dat de heer D.J. Mellema, Reiderwolderpolder veel plezier aan hem heeft beleefd. Alleen al de laatste 8 seizoenen dekte Uppercut xx 1423 merries en werden 942 veulens geregistreerd. 13 zoons werden goedgekeurd. 18 3-jarige en 7 oudere dochters werden dit jaar ster. Drie gingen door naar de keur.

Uppercut xx is in 1983 overleden. Van hem zijn volgens de administratie van stempelhengsten.eu, die gebaseerd is op aantallen die in het verleden in het KWPN-blad In de Strengen zijn gepubliceerd, 1296 nakomelingen geregistreerd.

De KWPN-database noemt begin november 2025 slechts 451 nakomelingen, waarvan 383 merries. Daarvan zijn er 337 als fokmerrie ingeschreven als fokmerrie, waaronder 56 keurmerries en 98 stermerries. Aangenomen kan worden dat deze cijfers niet correct zijn.

Het KWPN heeft op diverse plaatsen aangegeven dat Uppercut xx springaanleg vererft. Hoewel hij daar zelf nooit blijk van heeft gegeven en het aantal succesvolle internationale springpaarden van hem nihil is, blijkt uit de cijfers die zijn gepubliceerd in het NHS/WPN jaarboek 1988 dat hij op landelijk niveau tot de betere leveranciers van springpaarden behoorde. Onderstaand overzicht geeft daar inzicht in:

Naam Geboortejaar Eerste dekseizoen Nakomelingen vlg jaarboek Aantal nakom
Z springen
Abgar xx 1958 1964 517 51
Amagun Trak 1968 1975 238 20
Farn Holst 1959 1963 1093 90
Joost KWPN 1968 1971 857 65
Lucky Boy xx 1966 1971 990 80
Marco Polo Trak 1962 1965 630 43
Nimmerdor KWPN 1972 1975 475 40
Orthos Westf 1974 1977 331 33
Rigoletto Holst 1960 1964 1386 91
Uppercut xx 1960 1964 1287 72

Volgens het jaarboek zijn 36 nakomelingen van Uppercut xx opgenomen in de klasse Z-dressuur en 72 nakomelingen zijn opgenomen in de klasse Z springen.

Uppercut xx is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij:
D.J. Melelma, Reiderwolderpolder (1964 – 1966; 1970 – 1979 en 1981 -1983), S.M.A. Metz, Emmeloord (1967 -1969) en H. Ananias, Lieveren (1980).

Op de website www.bokt.nl. is een “Wiki” pagina aan Uppercut xx gewijd, waarin één nakomeling als internationaal dressuurpaard en drie als nationaal dressuurpaard worden genoemd. Ook worden drie nakomelingen als internationaal springpaard en zestien als nationale springpaard genoemd.

 

In de fokkerij actieve zonen

 

Zeventien Uppercut zonen zijn goedgekeurd door de fokkerij:
Uniek NWP (1965), Universal NWP (1966), Ideaal KWPN (1967), Indicator KWPN (1967), Janmaat KWPN (1968), Kalief KWPN (1969), Kruger KWPN (1969), Meridiaan KWPN (1971), Nabuur KWPN (1972), Neon KWPN (1972), Upperten Groninger Paard (1972), Olfert KWPN (1973), Orvil KWPN (1973), Ovidius KWPN (1973), Panter KWPN (1974), Rembrandt (1975) en Saffier KWPN (1976).

De zoon Neon KWPN (MV. Parool NWP) is tijdens de hengstenkeuring 1975 in Utrecht door het KWPN goedgekeurd en van de 36 goedgekeurde rijpaardhengsten als 22e geplaatst. Hij is in augustus 1975 aan koliek overleden.
Van Neon zijn uit 23 gedekte merries tien nakomelingen geregistreerd.

De hengst Upperten KWPN (MV. Odium Oldbg) is goedgekeurd door het stamboek Het Groninger Paard. Op de website van het stamboek is te lezen dat Upperten uit de volbloedlijn komt en dat het voor behoud van het Groninger paard belangrijk is om een zo groot mogelijk genenpotentieel te benutten. Hoe groter het genenpotentieel, hoe groter de capaciteit van het ras om zich aan verschillende omstandigheden aan te passen. Daarnaast konden de hengsten uit de volbloedlijn enige modernisering teweegbrengen. Het was de bedoeling om het gewenste, moderne type te bereiken door de nakomelingen van stamboekhengsten uit de volbloedlijn terug te kruisen met een goede klassieke hengst. Er waren alleen weinig fokkers die het aandurfden op deze wijze te fokken. Daardoor is er van deze hengsten in de Groninger fokkerij niet of nauwelijks iets overgebleven.
De Horsetelex database noemt één nakomeling van Upperten.

De hengst Saffier KWPN (MV. Flaneur Sgldt) is tijdens de hengstenkeuring 1979 in Utrecht door het KWPN uitgenodigd om aan het 100 dagen durende verrichtingsonderzoek deel te nemen. Dat onderzoek heeft hij als vijftiende met 140,7 punten afgesloten.
Van Saffier zijn in 1981 geen afstammelingen getoond, waardoor het KWPN hem in 1982 niet meer heeft goedgekeurd. Van Saffier zij twaalf nakomelingen geregistreerd.

De overige genoemde goedgekeurde zonen worden verderop in de tekst in afzonderlijke hoofdstukken besproken.

De zonen Rodenko (1975, MV. Casino Sgldt), Tipgever KWPN (1977, MV. Porter Holst) en Ulfert KWPN (1978, V. Makleaar Holst) hebben op uitnodiging van het KWPN deelgenomen aan het verrichtingsonderzoek, maar dat heeft niet geleid tot een goedkeuring voor de fokkerij.

Dochters

 

Twaalf dochters zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Lillian NWP, 1967, vos, MV. Helmar Sgldt, is de moeder van de hengst Mr. Almé Hann (1979, V. Almé SF), die is goedgekeurd door het Selle Français stamboek;

Katrien Garcia KWPN keur, 1969, vos, MV. Amor Holst, is de moeder van de hengst Omar KWPN (1973, V. Matchim xx), die is goedgekeurd door het KWPN:

Ladylike KWPN ster, 1970, vos, MV. Xebec xx, is de moeder van de hengst Parade KWPN (1974, V. Apalatin SF), die is goedgekeurd door het KWPN;

Lydia KWPN keur preferent prestatie, 1970, bruin, MV. Sinaeda NWP, is de moeder van de hengsten Triton KWPN (1977, V. Edball xx) en Nautilus V KWPN (1979, V. Nimmerdor KWPN). Triton is goedgekeurd door het KWPN en Nautilus V door het NRPS;

Mary-Gold KWPN keur preferent, 1971, bruin, MV. Content Oldbg, is de moeder van de hengst Rappel KWPN (1975, V. Apalatin SF), die is goedgekeurd door het KWPN:

Miranda KWPN ster preferent, 1971, vos, MV. Parool NWP, is de moeder van de hengst Aram KWPN (1982, V. Nimmerdor KWPN), die is goedgekeurd door het KWPN, het Zwitserse ZVCH stamboek, het Zweedse stamboek en het Amerikaanse stamboek AWR;

Miss KWPN keur preferent prestatie, 1971, MV. Brillant Sgldt, is de moeder van de hengst Gentleman V KWPN (1988, V. Nimmerdor KWPN), die is goedgekeurd door het ZVCH;

Olanda KWPN ster prestatie, 1973, bruin, MV. Folkert Oldbg, is de moeder van de hengst Wisconsin KWPN (1980, V. Nimmerdor KWPN), die is goedgekeurd door het KWPN;

Ominka KWPN keur preferent prestatie, 1973, bruin, MV. Farn Holst, is de moeder van de broers Vindicator KWPN (1979, V. Amor Holst) en Warrant KWPN (1980). Vindicator  is goedgekeurd door het KWPN en Warrant door het Oldenburgse stamboek in Noord Amerika;

Paulina KWPN keur
, 1974, vos, MV. Ordonnans NWP, is de moeder van de hengst Contrast KWPN (1984, V. Purioso Oldbg), die is goedgekeurd door het ZVCH;

Tavanta KWPN ster, 1977, bruin, MV. Farn Holst, is de moeder van de hengst Adios KWPN (1982, V. Legaat KWPN), die is goedgekeurd door het KWPN en

Upperqueen KWPN, 1978, bont, MV. Fresco Trak, is de moeder van de hengst Skyline ZfdP (1992, V. Smaaragd KWPN), die is goedgekeurd door het ZfdP.

De dochters Lady Cara KWPN (1970, MV. Eratosthenes xx) en Loteusi KWPN (1970, MV. Pronko Sgldt) zijn derde moeder van een stempelhengst geworden. Lady Cara van de hengst Krack C KWPN (1992, V. Flemmingh Holst) en Loteusi van de hengst Toulon BWP (1996, V. Heartbreaker KWPN).

Zonen en hun nakomelingen in de fokkerij en de sport

 

1.  Uniek NWP 1538 (1965)

Uniek NWP (V. Uppercut xx) is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is op 22 juni 1965 geboren en is gefokt door Dirk Jans Mellema uit Reiderwolderpolder (Finsterwolde), dat in het noordoosten van de provincie Groningen ligt.
De moeder van Uniek is de vos merrie Fagonia NWP model (1947, V. Lichtblick Holst). Zij is ook de tweede moeder van de hengst Bellevue NWP (1960, V. Nicolas xx), die door het VLN is goedgekeurd als Sportregisterhengst.
Tweede moeder van Uniek is Susanna Holst (1936, V. Fanal Holst).

Gerekend over acht generaties heeft Uniek een afstamming met 51,6 % Engels- en Arabisch volbloed en 42,2 % Holsteins bloed.

Uniek is in 1968 op de hengstenkeuring in Zuidlaren goedgekeurd door het NWP. Na de fusie van het NWP en het VLN tot het KWPN is hij goedgekeurd door het KWPN en is hij  tot halverwege het dekseizoen 1988 actief geweest in de fokkerij.
Hij heeft van 16 september tot 18 november 1968 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken van NWP-hengsten.
Daarbij zijn de prestaties gewaardeerd met een acht voor de voedingsconditie aan het begin van het onderzoek, 8,08 voor de rijproef, negens voor het vrij springen en het springen onder het zadel, een 9,4 voor de trekproef, een 8,5 voor de terreinproef en een 8,5 voor de algemene indruk.
In totaal behaalde hij 171,94 punten, waarmee hij negentien punten meer had dan de hengst Akteur NWP (1964, V. Amor Holst), die in het onderzoek als tweede is geëindigd. In totaal hebben acht hengsten aan het onderzoek deelgenomen.

Tijdens de KWPN-hengstenkeuring 1970 in Zuidlaren is Uniek als eerste geplaatst in de rubriek voor vijfjarige rijpaarden. Daarbij is vastgelegd dat hij een goed type heeft, waarbij de lendenen nog wat sterker gespierd zouden kunnen zijn. Hij is na z’n derde jaar goed nagegroeid en toonde beste verrichtingen.

Tijdens de KWPN-hengstenkeuringen in Zuidlaren in 1971 en 1973 is Uniek onder het zadel getoond. Beide keren is hij als derde geplaatst omdat hij te heftig was om hoger geplaatst te worden. In de zadelrubrieken tijdens de Zuidlaarder hengstenkeuringen in 1974 en 1975 is hij als tweede geplaatst met de opmerkingen dat hij een nette verrichting liet zien.

In 1979 heeft het KWPN Uniek voor het eerst voor een periode van drie jaren goedgekeurd en in 1983 is het keurpredicaat aan hem toegekend. Een protocol daarover is nooit gepubliceerd.

Halverwege het dekseizoen 1988 is Uniek afgevoerd en overgenomen door een verzekeringsmaatschappij.

Uniek heeft volgens de administratie van stempelhengsten.eu in zijn fokkerijcarrière 829 merries gedekt en daaruit zijn 578 nakomelingen geregistreerd.

Volgens de KWPN database zijn tot begin november 2025 slechts 317 nakomelingen van Uniek geregistreerd. Gezien eerdere publicaties in “In de Strengen” is dat aantal onjuist. De database noemt daarnaast dat 135 dochters als fokmerrie zijn ingeschreven, waaronder 23 stermerries en 13 keurmerries. Negen dochters zouden preferent zijn geworden en elf dochters zouden prestatiemerrie zijn geworden. In hoeverre deze cijfers wel kloppen is onduidelijk.

Zijn zoon Hercules KWPN, 1989, bruin, MV. Legaat KWPN, heeft in 1993 in Medingen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van 100 dagen. Daarbij heeft hij 81,47 punten (35e plaats) behaald voor de dressuur, 93,00 punten (29e plaats) voor het springen en 86,27 punten (33e plaats) voor zijn totale prestatie. Aan het onderzoek hebben 44 hengsten meegedaan. Hercules is in mei 1994 goedgekeurd door het ZfdP en is tot en met 1998 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Het ZfdP heeft geen nakomelingen van hem geregistreerd, maar het KWPN heeft in de jaren 1995 – 1998 twaalf nakomelingen van hem vastgelegd.

Twee dochters van Uniek zijn moeder van een goedgekeurde hengst geworden:

Elodie NWP keur, 1969, bruin, MV. Cordon NWP, is de moeder van de hengst Natal KWPN (1972, V. Solaris xx), die is goedgekeurd door het KWPN en

Zuzanne KWPN, 1981, bont, MV. Ico KWPN, is de moeder van de bonte hengsten Showtime Oldbg (1993, V. Sevillano xx) en Welcome Ippe DPZV (1985, V. Waidmannsheil Hann), Showtime is goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek en Welcome Ippe door het Oldenburgse- en het ZfdP-stamboek.

De hengsten Frère KWPN (1987, V. Balder KWPN), Hollywood KWPN (1989, V. Jasper kWPN), Incanto VDL KWPN (2013, V. Kannan KWPN) en Pharao KWPN (2020, V. Vigo d’Arsouilles BWP) hebben een dochter van Uniek als tweede moeder.

Volgens gegevens uit de Horsetelex databank zijn twee nakomelingen van Uniek uitgebracht in 1.40 m springwedstrijden.

2.  Universal NWP 1543 (1966)

Universal NWP (V. Uppercut xx) is een vos hengst met een stokmaat van 163 cm.
Hij is op 26 april 1966 geboren en is gefokt door G. Kamping uit Zweeloo, dat circa twaalf km ten westen van Emmen in het zuidoosten van de provincie Drenthe ligt.
De moeder van Universal is de bruine model merrie Olivia NWP (1962, V. Cordon NWP) en tweede moeder is de bruine Zilvia NWP ster preferent (1954, V. Juwelier NWP).

Gerekend over acht generaties heeft Universal een afstamming met 53,1 % Engels volbloed, 15,6 % Oldenburgs bloed, 12,5 % Holsteins bloed en 10,2 % Gronings bloed.

Universal is in 1969 goedgekeurd door het NWP en is van 1970 tot en met 1976 goedgekeurd door het KWPN.

Hij heeft van 17 augustus tot en met 23 november 1973 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken, dat Universal circa vijf weken heeft onderbroken wegens kreupelheid.
Zijn prestaties zijn gewaardeerd met een zeven voor de voedingsconditie aan het begin van het onderzoek, 10,15 punten (!!) voor de dressuur, 7,5 voor het vrij springen, acht punten voor het springen onder het zadel, 8,8 punten voor de trekproef, 7,5 punten voor de terreinproef en acht punten voor zijn karakter. In totaal heeft hij 162,85 punten behaald, maar door een rekenfout is de dressuurwaardering circa 1,5 punt te hoog berekend. Aan het onderzoek hebben zes hengsten deelgenomen. Tegelijkertijd zijn soortgelijke onderzoeken uitgevoerd in Deurne en Emmeloord, waar in totaal elf hengsten aan hebben deelgenomen. Gecorrigeerd voor de gemaakte rekenfout is Universal van de zeventien hengsten als vierde geëindigd. De hoogst gewaardeerde hengst was Halewijn NWP (1966, V. Pelion Trak).

Universal is tot en met 1976 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

Van Universal zijn volgens het NHS/KWPN-jaarboek 1983 358 nakomelingen geregistreerd, waarvan er 334 in de sport zijn uitgebracht.

Voor zover bekend is geen van de nakomelingen in Prix Saint George dressuur of hoger uitgebracht en zijn ook geen nakomelingen in 1.40 m springwedstrijden of hoger uitgebracht.

Universal is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij de gebr. Wilting in Wachtum.

3.  Ideaal KWPN 3 Stb (1967)

Ideaal KWPN (V. Uppercut xx) is een bruine hengst net een stokmaat van 164 cm. Hij is op 22 april 1967 geboren en is gefokt door Dirk Jans Mellema uit Reiderwolderpolder (Finsterwolde), dat in het noordoosten van de provincie Groningen ligt.
De moeder van Ideaal is de bruine merrie Regentes NWP model preferent prestatie (1963, V. Saks NWP) en tweede moeder is Geerda NWP model (1958, V. Cobalt NWP).

Gerekend over acht generaties heeft ideaal een afstamming met 50,0 % Engels volbloed en 32,0 % Oldenburgs bloed.

Ideaal is in 1970 tijdens de hengstenkeuring in Zuidlaren goedgekeurd door het KWPN. Hij is als derde van zes goedgekeurde rijpaardhengsten geplaatst. Het stamboek heeft opgemerkt dat Ideaal het goede type heeft en de hardheid die klasse verraadt. Hij moet nog meer persoon worden. In beweging zou hij meer schoudervrijheid moeten hebben. De kracht in de achterhand is goed.

Ideaal heeft van 14 oktober tot en met 11 december 1970 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken. Daarbij zijn de prestaties gewaardeerd met een negen voor de voederconditie aan het begin van het onderzoek, 8,68 punten voor de rijproef,  negen punten voor het vrij springen, acht punten voor het springen onder het zadel, 6,8 punten voor de trekproef, negen punten voor de terreinproef en 7,5 punten voor de algemene indruk. In totaal behaalde hij 163,44 punten. Bij de eindbeoordeling heeft de verrichtingsjury over Ideaal opgemerkt dat hij een goed en intelligent rijpaard is dat een zeer goede verrichting heeft getoond. De stap zou ruimer moeten zijn. Ideaal is een bijzonder goed terreinpaard.

Tegelijkertijd zijn soortgelijke verrichtingsonderzoeken uitgevoerd in Deurne en Emmeloord, waar in totaal 28 hengsten aan hebben deelgenomen. Ideaal is daarvan als zevende geëindigd. De hengst met hoogste puntentotaal was Impuls (1967, V. Eclatant Hann).

Op de KWPN-hengstenkeuring 1971 in Zuidlaren is Ideaal van de hengsten die in 1970 aan het verrichtingsonderzoek hebben deelgenomen, als eerste van vier hengsten geplaatst. Opgemerkt is dat hij aan de hand meer naar voren zou moeten zijn. De hals is daardoor wat opgericht en de stap wat terughoudend. In de verrichtingen onder het zadel is dat echter beslist niet het geval.

Op de KWPN-hengstenkeuring 1972 in Zuidlaren is hij als eerste van twee hengsten geplaatst. Opgemerkt is dat hij van het goede soort is. De voorstand zou sterker kunnen zijn en het achterbeen zou iets anders gesteld moeten zijn. De bewegingen aan de hand zijn goed. Onder het zadel is hij als derde van zes hengsten geplaatst, waarbij de stap de oorzaak is dat hij niet hoger is geplaatst.

Op de KWPN-hengstenkeuring 1973 in Zuidlaren is hij in de zadelrubriek als tweede van acht hengsten geplaatst. Ook nu zijn weer opmerkingen gemaakt over de ruimte in de stap. De draf en galop zijn goed.

Ideaal is tot en met 1973 beschikbaar geweest voor de fokkerij.

Ideaal heeft tenminste 84 merries gedekt. Het KWPN heeft van hem 74 nakomelingen geregistreerd, waarvan er maar twaalf in sportwedstrijden zijn uitgebracht.

Ideaal is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij D. Blanken in Hasselt (1970 -1972) en bij H. Ananias in Lieveren (1973).

4.  Indicator  KWPN  8 Stb (1967)

Indicator KWPN (V. Uppercut xx) is een vos hengst met een stokmaat van 167 cm. Hij is op 12 juni 1867 geboren en is gefokt door J.T. Mellema uit Beerta, dat in het noordoosten van de provincie Groningen ligt.
De moeder van Indicator is de bruine merrie Bella NWP (1955, V. L’Invasion SF). De tweede moeder is onbekend.

Indicator is op de KWPN hengstenkeuring 1970 in Utrecht goedgekeurd voor de fokkerij. Hij is als tweede geplaatst van de vijftien goedgekeurde rijpaardhengsten. Gemeld is dat Indicator een mooi type heeft en een goede maat. De afstamming is door bijzondere omstandigheden verwaarloosd, maar hij komt wel degelijk uit een doorgefokte stam.

Indicator heeft vanaf 14 oktober 1970 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken maar door een ernstige worminfectie heeft hij het onderzoek moeten onderbreken en heeft het onderzoek pas op 22 januari 1971 kunnen afsluiten.
Zijn prestaties zijn gewaardeerd met een zeven voor de voederconditie aan het begin van het onderzoek, 8,91 punten voor de rijproef, zevens voor zowel het vrij springen als voor het springen onder het zadel, 8,1 punten voor de trekproef en zeven punten voor de terreinproef. In totaal behaald hij 152,04 punten.
De verrichtingsjury heeft opgemerkt dat Indicator een goede en betrouwbare verrichting heeft getoond en een goede aanleg als terrein- en springpaard.

Tegelijkertijd zijn soortgelijke verrichtingsonderzoeken uitgevoerd in Deurne en Emmeloord, waar in totaal 28 hengsten aan hebben deelgenomen. Indicator is daarvan als vijftiende geëindigd. De hengst met hoogste puntentotaal was Impuls (1967, V. Eclatant Hann).

Op de KWPN-hengstenkeuring 1971 in Utrecht is Indicator als derde geplaatst van zestien rijpaardhengsten. Indicator stond er goed voor en heeft zich sinds zijn goedkeuring in 1970 goed gehouden.

Indicator is alleen in de jaren 1970 – 1972 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Hij heeft 307 merries gedekt en van hem zijn 206 nakomelingen geregistreerd. Van de nakomelingen zijn er slechts 25 in de sport uitgebracht.

Indicator is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij het dekstation van H.J. Schurink uit Den Ham.

5.  Janmaat KWPN 46 Stb (1968)

Janmaat Stb (V. Uppercut xx) is een vos hengst met een stokmaat van 164 cm. Hij is op 2 mei 1968 geboren en is gefokt door Cees P. Wiersema uit Emmeloord, dat in het noorden van de provincie Flevoland ligt.
De moeder van Janmaat is de vos merrie Celkide Sgrt kroon (1961, V. Odin van Wittenstein Sgldt). Zij is ook de moeder van de broers Grandseigneur Sprt (1965, V. Eratosthenes xx) en Hyperion Sprt (1966), die beiden zijn goedgekeurd door het VLN en later het KWPN.
Tweede moeder is de donkerbruine Elkide II Oldbg kroon model preferent (1944, V. Godin Oldbg). Zij is ook de moeder van de hengsten Ferdinand Oldbg (1950, V. Feiner Kerl Oldbg), Radar NWP (1951, V. Rheinritter Oldbg) en Firmant NWP (1956, V. Formaat Oldbg). Ferdinand, Radar en Firmant zijn goedgekeurd door het NWP en Radar is ook goedgekeurd door het Oostfriese stamboek.

Gerekend over acht generaties heeft Janmaat een afstamming met 52,3 % Engels volbloed, 25,0 % Oldenburgs bloed en 15,6 % Selle Français bloed.

Janmaat is in 1971 op de hengstenkeuring in Utrecht door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij. Daarbij is gemeld dat Janmaat uit een Oldenburgse moederlijn komt die in haar tijd buitengewoon gewaardeerd werd. Net zoals de Normandische hengst Condor in Oldenburg veel merriestammen heeft omgebogen naar het moderne gebruiksdoel, is de Elkide-lijn via de Normandische Odin van Wittenstein voorbereid op de zeventiger jaren. De volbloed Uppercut xx heeft hieraan met succes de laatste hand gelegd. Janmaat is een fraaie hengst met veel klasse. Net zoals bij Uppercut xx is het achterbeen van Janmaat opvallend goed gesteld. Zijn bewegingen zijn wat eenvoudig en zouden ruimer kunnen zijn. De bovenlijn van de hengst is recht.

Op de hengstenkeuring 1972 in Zuidaren is Janmaat als eerste geplaatst van de vier aanwezige vier- en vijfjarige jarige hengsten. Onder het zadel is hij als tweede van zes hengsten geplaatst.

In augustus 1976 heeft het KWPN een groep nakomelingen (veulens, enters en twenters) van Janmaat beoordeeld. Daarover is gerapporteerd dat de nakomelingen voldoende maat en volume hebben, maar meer “ras” zouden moeten hebben. In meerdere gevallen is de achterstand te steil en de voorstand niet correct. De stap is voldoende goed. In draf is de schoudervrijheid te gering en wordt de achterhand slechts matig goed ondergebracht.

Op basis van de beoordeling heeft het KWPN besloten om Janmaat in 1977 niet meer goed te keuren.

Janmaat heeft 164 merries gedekt en van hem zijn 93 nakomelingen geregistreerd. Van de nakomelingen zijn er 22 in de sport uitgebracht.

Janmaat is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij H. ten Berge, Westerbork (1971 en 1972) en E.C. Soethout, Oostelbeers (1975 – 1976). In de jaren 1973 en 1974 heeft Janmaat geen officieel dekstation gehad.

 

6.  Kalief KWPN 72 Stb (1969)

Kalief KWPN (V. Uppercut xx) is een bruine hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is op 20 februari 1969 geboren en is gefokt door A. van Dam uit Emmeloord, dat in het noorden van de provincie Flevoland ligt.
De moeder van Kalief is de vos merrie Gicara Sgldt (1965, V. Eratosthenes xx), Zij is ook de moeder van de hengst Monaco KWPN (1971, V. Le Faquin xx), die is goedgekeurd door het KWPN.
Tweede moeder is de bruine Cara Sgldt kroon (1961, V. Vorst Oldbg).

Gerekend over acht generaties heeft Kalief een afstamming met 75,8 % Engels volbloed en 18,8 % Oldenburgs bloed,

Kalief is in 1972 op de hengstenkeuring van het KWPN in Utrecht goedgekeurd voor de fokkerij. Van de 15 goedgekeurde rijpaardhengsten is hij als vierde geplaatst. Het stamboek heeft gemeld dat Kalief een hoog volbloedgehalte heeft omdat zijn vader en grootvader volbloedhengsten zijn. Voorts komt de overgrootvader uit de Lupus-lijn, de volbloed die al in de jaren ’30 in Oldenburg op bescheiden schaal werd ingezet. Desondanks is Kalief breed en diep. De merriestam voert dan ook hooggewaardeerd (Selmon – Hendrik) Gronings bloed. Het type is goed, de achterhand zou iets sterker kunnen zijn.

Kalief heeft van 25 september tot 23 november 1972 in Sleen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken deelgenomen. Zijn prestaties zijn gewaardeerd met 7,71 punten voor de rijproef, 10 punten voor het vrij springen, 9 punten voor het springen onder het zadel, 9,5 punten voor de trekproef, 10 punten voor de terreinproef en 9 punten voor het karakter en 8,5 punten voor het trainingsrapport. In totaal behaalde Kalief 181,63 punten.
De verrichtingsjury heeft opgemerkt dat Kalief een beste en eerlijke verrichting liet zien en een betrouwbaar karakter heeft. Hij zou in de rijproef iets meer schoudervrijheid en buiging in de achterhand kunnen hebben. Hij is een beste en elastische springer en een bijzonder goed terreinpaard.

Aan het verrichtingsonderzoek 1972 hebben achttien rijpaardhengsten deelgenomen, waarvan er één door kreupelheid het onderzoek niet heeft afgemaakt.
Kalief heeft het onderzoek als tweede afgesloten. De hengst met de hoogste punten van Kristal KWPN (1969, V. Wiesenklee xx).

Tijdens de hengstenkeuring 1973 in Utrecht is Kalief in de presentatie aan de hand als derde van de dertien aanwezige hengsten geplaatst. Aangegeven is dat hij voldoende klasse en hardheid heeft. Hij zou iets meer statuur kunnen hebben. In de presentatie onder het zadel is hij tweede van de acht deelnemende hengsten geplaatst.
Tijdens de hengstenkeuring 1974 in Utrecht is Kalief onder het zadel als tweede van de negen deelnemers geplaatst en tijdens de hengstenkeuring 1975 in Utrecht is hij als eerste van de zes deelnemende hengsten geplaatst. De jury heeft daarbij aangegeven dat Kalief beste bewegingen heeft laten zien, maar in galop te diep wil gaan.

Kalief is van 1972 tot en met 1975 actief geweest in de fokkerij. Hij heeft 154 merries gedekt en van hem zijn 90 nakomelingen geregistreerd.

7.  Kruger KWPN 73 Stb (1969)

Kruger KWPN (V. Uppercut xx) is een bruine hengst met een stokmaat 164 cm. Hij is op 8 juni 1969 geboren en is gefokt door A.G. Huininga uit Tollebeek, dat in de Noordoostpolder in het noorden van de provincie Flevoland ligt.
De moeder van Kruger is de bruine merrie Ficara Sgrt kroon (1964, V. Attaché Sgrt) en tweede moeder is de bruine Nicara Sgrt kroon model preferent (1959, V. Selmon GrPS).

Gerekend over acht generaties heeft Kruger een afstamming met 50,0 % Engels volbloed, 25,0 % Oldenburgs bloed en 10,2 % Selle Français bloed.

Kruger is tijdens de hengstenkeuring 1972 in Utrecht goedgekeurd door het KWPN. Van de vijftien goedgekeurde rijpaardhengsten is hij als zevende geplaatst. Gemeld is dat Kruger uit dezelfde moederlijn komt als Kalief. Hij is echter forser, hetgeen mede te danken is aan het feit dat zijn grootvader een andere is dan die van Kalief, nl. Attaché. Deze Odin van Wittenstein zoon is slechts kort gebruikt in de fokkerij doordat hij als moderne Groninger hengst leefde in een tijd waarin alles dat Gronings type geregistreerd was uit de gunst van de fokkers verdween. Dat is nu gelukkig veranderd. De waardering voor een dergelijke moederlijn is groeiende. Kruger is een hengst met verborgen mogelijkheden, temeer omdat zijn vader springaanleg vererft. Hij is sterk gebouwd en heeft een goede breedte en diepte. Hij zou nog iets vrijer uit de schouder kunnen gaan.

Op 25 september 1972 is Kruger in Sleen beginnen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken. Enige tijd daarvoor had Kruger een peesklap gehad, maar was aan het begin van het onderzoek niet kreupel. Op 14 november is Kruger tijdens het vrij springen gevallen en kreupel geworden. Hij heeft daarop de deelname aan het onderzoek beëindigd.
Omdat Kruger al een groot deel van het onderzoek had afgewerkt zou hij in 1973 de laatste veertien dagen van het onderzoek meemaken, maar hij werd na vier dagen weer kreupel en heeft geen eindbeoordeling afgelegd.
Kruger is alleen in 1972 beschikbaar geweest voor de fokkerij. Hij heeft 87 merries gedekt en van hem zijn 61 nakomelingen geregistreerd.

8. Meridiaan KWPN 122 Stb (1971)

 

Meridiaan KWPN (V. Uppercut xx) is een kastanjebruine hengst met een stokmaat van 168 cm. Hij is geboren op 18 juni 1971 en is gefokt door S. Bandringa uit Roden, dat in het noordwesten van de provincie Drenthe ligt.
De moeder van Meridiaan is de bruine merrie Ralda NWP (1963, V. Rudiger Oldbg) en tweede moeder is de bruine Jalda NWP model (1959, V. Mikado NWP).

Gerekend over acht generaties heeft Meridiaan een afstamming met 50,0 % Engels volbloed en 35,9 % Oldenburgs bloed.

Meridiaan is in 1974 tijdens de hengstenkeuring in Utrecht door het KWPN goedgekeurd. Hij is als zesde van 31 goedgekeurde rijpaardhengsten geplaatst. Het stamboek heeft gemeld dat hij afkomstig is uit een Groninger stam van zware huize. Met de springaanleg verervende volbloed Uppercut xx mogen van hem goede terrein eigenschappen worden verwacht. Meridiaan heeft een gesloten bovenbouw, een goed foktype en een beste flankdiepte. Zijn bewegingen zijn ruim en veerkrachtig.

Hij heeft van 9 september tot en met 9 november in Sleen deelgenomen van een verrichtingsonderzoek van 9 weken. Daarbij zijn de prestaties gewaardeerd  met 7,86 punten voor de rijproef, 8 punten voor het vrij springen, 7 punten voor het springen onder het zadel, 6 punten voor de aangespannen proef, 5 punten voor de terreinproef, 7 punten voor het karakter en 8 punten voor het stal- en trainingsrapport. In totaal behaalde Meridiaan 144,57 punten.

Over de verrichting van Meridiaan heeft de jury opgemerkt dat hij goede vorderingen heeft gemaakt. Tijdens het onderzoek is hij magerder en harder geworden. Hij heeft voldoende bereidheid om te werken en heeft voldoende aanleg als dressuur-, spring- en terreinpaard. In het begin van het onderzoek was hij bij het springen niet handig. Tijdens de training is hij gewillig en attent. Hij heeft een goed karakter, maar laat tijdens de verrichting gauw de moed zakken. Meridiaan is voor erg bodemnauw en zet het linkerbeen scheef neer.

Aan het verrichtingsonderzoek 1974 hebben 31 rijpaardhengsten deelgenomen. Vier hengsten hebben hun deelname aan het onderzoek voortijdig beëindigd. Van de 27 hengsten die aan de eindbeoordeling hebben deelgenomen is Meridiaan als zestiende geëindigd.

Tijdens de hengstenkeuring 1975 in Zuidlaren is Meridiaan aan de hand als zesde van de acht vierjarige hengsten geplaatst. Daarbij is opgemerkt dat hij veel hengstuitdrukking heeft, maar de voorstand niet geheel correct is. De bewegingen zijn goed.

Tijdens de hengstenkeuring 1976 in Zuidlaren is Meridiaan onder het zadel gepresenteerd en is hij als vierde van acht deelnemende hengsten geplaatst.

In augustus 1977 heeft het KWPN een groep nakomelingen (veulens, enters en twenters) van Meridiaan beoordeeld. Daarover is gerapporteerd dat de ontwikkeling van de veulens goed is. De totaalindruk is wat eenvoudig, vooral als de moeders zelf te gewoon van soort waren. In een aantal gevallen was de voorstand iets steil en stond de voorknie wat terug. De achterhand is als regel goed gespierd, waardoor de veulens, vooral in draf, een goede stuwing hebben.

De enters en twenters hebben een beste stokmaat en meer ras dan de veulens. Meerderen zijn wat recht in de bovenlijn. De bewegingen achter zijn krachtig, maar de schoudervrijheid zou in een aantal gevallen wat groter kunnen zijn. Het zijn sterke paarden met zuivere gewrichten die in totaal nog wat typischer zouden kunnen zijn.

In 1984 heeft het KWPN de fokresultaten van Meridiaan geëvalueerd en is vastgesteld dat zijn bijdrage als leverancier van goede gebruikspaarden beperkt is. Slechts 16,6% van zijn nakomelingen loopt in de sport en behoudens een enkele uitzondering komen zij niet uit boven het L-niveau. Ook wat betreft de exterieurvererving werkt de hengst niet meer verbeterend. Het aantal eerste premies bij zijn nakomelingen is uiterst beperkt, zeker ook in verhouding tot de aantallen tweede en derde premies.
Op grond daarvan heeft het KWPN besloten om Meridiaan in 1985 niet meer goed te keuren voor de fokkerij.

Tot en met 1985 heeft het KWPN van Meridiaan 449 nakomelingen geregistreerd.

Meridiaan is in 1985 goedgekeurd door het Groninger Paard.

Succesvolle sportpaarden van Meridiaan zijn:

Northern Magic KWPN, ruin, 1981, vos, MV. Lucky Boy xx, fokker B. Jansen, is door Beezie Madden (USA) in internationale springwedstrijden uitgebracht.

Daan KWPN, ruin, 1985, schimmel, MV. Pion KWPN, fokker J. Ensing, is door Nicole Olde Brunink (NED) uitgebracht in Grand Prix dressuurwedstrijden.

9.  Nabuur KWPN 136 Stb (1972)

 

Nabuur KWPN (V. Uppercut xx) is een bruine hengst met een stokmaat van 163 cm. Hij is geboren op 5 mei 1972 en is gefokt door  J.J. Snip uit Niebert, dat tussen Marum en Leek in het Westerkwartier in het zuidwesten van de provincie Groningen ligt.
De moeder van Nabuur is de bruine merrie Clara NWP keur preferent (1968, V. Senner NWP). Zij is ook de moeder van de hengst Lancelot KWPN (1984, V. Rubinstein Holst) en de tweede moeder van de hengst Ardmore Ceramics Remus B KWPN (1998, V. Kennedy KWPN). Lancelot is goedgekeurd door het Groninger Paard en Ardmore Ceramics Remus B door het Zuid Afrikaanse Warmbloed stamboek.
Tweede moeder is de bruine Okarla NWP model preferent (1962, V. Camper NWP).

Gerekend over acht generaties heeft Nabuur een afstamming met 50,0 % Engels volbloed, 26,6 % Oldenburgs bloed en 8,6 % Oostfries bloed.

Nabuur is in 1975 tijdens de hengstenkeuring in Utrecht goedgekeurd door het KWPN. Hij is van de 36 goedgekeurde rijpaardhengsten als 23e geplaatst.
Nabuur komt uit een merriestam met in Nederland alleen maar model merries en met een brede basis in Oldenburg. De lijn is veredeld via de hengst Senner NWP (1950, V. Sinaeda NWP) en wordt nu mogelijk met springaanleg verrijkt door Uppercut xx. Het type van Nabuur is goed en hij heeft een mooi hoofd. De lendenen zijn wat arm gespierd en het voorbeen zou iets forser kunnen zijn. Zijn bewegingen zijn goed.

Van 8 september 1975 tot en met 8 november 1975 heeft Nabuur in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken. Daarover is gerapporteerd dat Nabuur in het begin van het onderzoek een moeilijke mond had. Met gebruik van een lepelbit zijn de mondproblemen opgelost. Hij heeft voldoende vorderingen gemaakt en deed in de training goed zijn best. Hij heeft voldoende aanleg als dressuurpaard en een zeer goede aanleg als spring- en terreinpaard. Nabuur heeft zeer veel bereidheid om te werken. Zijn stalgedrag is rustig. In het begin van het onderzoek was hij nerveus bij opstijgen. Tijdens de training is zijn gedrag normaal. Hij is gewillig en heeft plezier in het werk. Hij heeft een best karakter en is eerlijk.

Zijn prestaties zijn gewaardeerd met 7,00 punten voor de rijproef, 10 punen voor het vrij springen en 8 punten voor het springen onder het zadel, 6 voor de aangespannen proef en negen punten voor de terreinproef, een 9 voor het karakter en 8 punten voor het stal- en trainingsrapport. In totaal heeft hij 169,0 punten behaald.

Aan het verrichtingsonderzoek in 1975 hebben 33 rijpaardhengsten deelgenomen. Vijf hengsten hebben het onderzoek om veterinaire redenen niet kunnen afmaken. Van de 28 hengsten die de eindbeoordeling hebben afgelegd is Nabuur als derde geëindigd. De hengst met het hoogste puntenaantal was Nepal KWPN (1972, V. Pericles xx).

Tijdens de KWPN-hengstenkeuring 1976 in Zuidlaren is Nabuur aan de hand gepresenteerd en is hij als tweede van de vijf aanwezige rijpaardhengsten geplaatst. Daarbij is opgemerkt dat het type goed is. De hals zou nog iets meer naar voren kunnen zijn gebouwd. In stap draait hij iets in de hielen.

In de zadelrubriek is Nabuur als eerste van vier deelnemende hengsten geplaatst waarbij is gemeld dat de galop opvallend goed is.

In augustus 1978 heeft het KWPN een groep nakomelingen (veulens, enters en twenters) van Nabuur beoordeeld.
Daarover heeft het stamboek gemeld dat de veulens sterk en voldoende ontwikkeld zijn en een goede breedte en diepte hebben. Enkele veulens zouden rijtypischer kunnen zijn. De bewegingen zijn goed en hebben veel souplesse. De hoofden zijn voldoende fijn.
De enters en twenters zouden iets rijtypischer kunnen zijn. Bij deze maten mag echter als verwachting worden uitgesproken dat Nabuurmerries nóg een keer met succes naar een volbloed of een driekwart volbloed kunnen worden gebracht. Ook bij enters en twenters is de stap goed en de draf voldoende goed, ruim en soepel.

In december 1993 heeft de KWPN-hengstenkeuringscommissie de fokresultaten beoordeeld van de goedgekeurde hengsten. De beoordeling van de hengsten met 7-jarige en oudere nakomelingen heeft plaatsgevonden op grond van de resultaten van de kinderen in de sport. De index is daarbij de belangrijkste leidraad geweest. De commissie heeft zeker bij de hengsten die de eerste 7-jarige nakomelingen in de sport hebben, de nodige voorzichtigheid in acht genomen. Maar anderzijds, hengsten die in de huidige stand van de fokkerij geen bijdrage aan de verbetering leveren worden van de lijst van goedgekeurde hengsten afgevoerd. Op grond van deze uitgangspunten is Nabuur afgekeurd.

De eigenaar van Nabuur, maatschap Heringa, kon zich niet vinden in het besluit van de hengstenkeuringscommissie en heeft een herkeuring aangevraagd. Het KWPN heeft daarover gemeld dat na langdurig beraad is besloten de hengst Nabuur voor de fokkerij te handhaven. De herkeuringscommissie heeft geconstateerd dat het niveau van de nakomelingen gemiddeld van aard is, maar dat de hengst kans ziet zo nu en dan producten te leveren die op het hoogste niveau presteren. Hoewel de herkeuringscommissie van mening is dat de hengst maar een beperkte bijdrage levert aan de vooruitgang van de huidige populatie, zijn enkele van zijn nakomelingen die in het buitenland op het hoogste niveau presteren in de sport aanleiding geweest voor deze beslissing. Deze paarden hebben in het buitenland zorg gedragen voor naamsbekendheid van het KWPN, waarmee het Nederlands gefokte paard extra in de belangstelling staat.

Nabuur is in april 2004 overleden.

Volgens fokkerijgegevens die in het verleden zijn gepubliceerd in het KWPN-blad “In de Strengen” heeft Nabuur in zijn fokkerijcarrière 1092 merries gedekt en van hem zijn 771 nakomelingen geregistreerd. (De KWPN-database noemt een lager aantal).

Drie zonen van Nabuur zijn goedgekeurd voor de fokkerij:

De hengst Noorderkroon KWPN, 1982, MV. Senner NWP, is goedgekeurd door het Groninger stamboek. Van hem zijn geen nakomelingen geregistreerd.

De hengst El Campeon’s Grand Star KWPN, 1983, MV. Le Val Blanc xx, is goedgekeurd door het KWPN in Noord-Amerika. Volgens de Horsetelex database zijn van hem negen nakomelingen geregistreerd.

De hengst Enterprice KWPN, 1986, MV. Octaaf KWPN, is in maart 1989 goedgekeurd door het Oldenburgse stamboek. Hij heeft in het najaar van 1989 in Adelheidsdorf deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van 100 dagen. Daar heeft hij 98,44 punten (30e plaats) behaald voor de dressuur, 74,50 punten (58e plaats) voor het springen en 87,01 punten (48e plaats) behaald voor zijn totale prestatie. Aan het onderzoek hebben 66 hengsten meegedaan.
In Duitsland zijn vier nakomelingen van Enterprice geregistreerd.

De Nabuur-dochter Berania KWPN ster preferent prestatie (1983, MV. Courville xx) is de moeder van de hengsten Kimberley KWPN (1992, V. Cabochon KWPN) . Luron KWPN (1993, V. Guidam SF) en Oscar KWPN (1986, V. Wolfgang KWPN).
Kimberley en Oscar zijn goedgekeurd door het KWPN en Lurion is goedgekeurd door het Poolse Sportpaarden stamboek.

De dochters Amour KWPN (1982, MV. Talisman xx), Carusa keur preferent prestatie (1984, MV. Le Val Blanc xx), Fenneke KWPN keur preferent (1987, MV. Tangelo xx) en Fodea KWPN keur preferent prestatie (1987, V. Notaris KWPN) zijn de tweede moeders van respectievelijk de hengsten Travolta KWPN (2000, V. Lux Z Hann), Wittinger VDL KWPN (2003, V. Indoctro Holst), Valdez KWPN (2002, V. Houston KWPN) en Everglade VDL KWPN).

De  Horsetelex database noemt vijf nakomelingen van Nabuur die zijn uitgebracht in 1.40 m springwedstrijden of hoger:

Vascal (Parmantico) KWPN, ruin, 1979, MV Lancier Holst, fokkers familie Sikken en Elling;

Walewein (Arrangeur) KWPN, ruin, 1980, MV. Kadett Hann, fokker J.M. Allemekinders;

Zoro KWPN, ruin, 1981, MV. onbekend, fokker K. Calis;

Beatle (El Campeon’s Grand Star) KWPN, hengst, 1983, MV. Le Val Blanc xx, fokker J. Hazenberg;

Chanson KWPN, hengst, 1984, vos, MV. Rigoletto Holst, fokker V.A.M. Kersloot.

De Horsetelex database noemt twee nakomelingen die in Intermediair- of Grand Prix dressuurwedstrijden zijn uitgebracht:

Brilliant KWPN, hengst, 1983, bruin, MV. Amor Holst, fokker H. Sikken;

Kait  KWPN, merrie, 1992, donkerbruin, MV. Legaat KWPN, fokker A.J.Q. Blommerde, is door Annemieke van der Horst – Meeus en haar dochter Dominique van der Horst internationaal uitgebracht.

Nabuur is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij de Vereniging NO-Groningenin Uithuizermeeden (1976), H.Jipping, Vlagtwedde (1977 – 1979), C.J. Klok, Diever (1980 -1985), J. Rhebergen, Geesteren (1986), H.W. Jurrius, Dieren (1987 – 1988), L. Schoon, Middenbeemster/Stompetoren (1989 – 1992), mts. Heringa, Winschoten (1993, 1995 en 1996), H. Timmermans, Drouwenerveen (1994), J. Heringa, Harkstede (1997 – 1999) en J.Heringa Harkstede en J. Nijsink, Woerden (2000 – 2003).

10.  Olfert KWPN 172 Stb (1973)

 

Olfert KWPN (V. Uppercut xx) is een vos hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 3 april 1973 geboren en is gefokt door B. de Vries uit Langezwaag, dat tussen Heerenveen en Gorredijk in het midden van de provincie Friesland ligt.
De moeder van Olfert is de model merrie Diana NWP (1962, V. Ultimo Sgldt). Zij is ook de tweede moeder van de door het KWPN goedgekeurde hengst Valblank KWPN (1979, V. Le Val Blanc xx).
Tweede moeder is de bruine Zadinda Sgldt (1958, V. Ritmeester Sgldt).

Gerekend over acht generaties heeft Olfert een afstamming met 50,0 % Engels volbloed, 17,2 % Gelders bloed en 14,8 % Oldenburgs- en Oostfries bloed.

Olfert is in 1976 tijdens de hengstenkeuring in Utrecht goedgekeurd door het KWPN, Hij is daarbij als 32e van de 34 rijpaardhengsten geplaatst en het stamboek heeft opgemerkt dat de totaalindruk typischer zou kunnen zijn en dat de kwaliteit van het beenwerk goed is.

Hij heeft van 9 september tot 13 november 1976 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken. Over zijn prestaties is gerapporteerd dat
Olfert goede vorderingen heeft gemaakt en met name veel beter is gaan lopen. Hij heeft een goede bereidheid om te werken en gedraagt zich tijdens de training normaal. Af en toe vertoonde hij onder het zadel spanning.
Bij de eindbeoordeling is opgemerkt dat hij een prima gereden rijproef en een prima gereden springparcours heeft getoond. Bij het vrij springen laat hij zien dat hij graag springt. Zijn beentechniek kan beter. In de aangespannen proef presteert hij best en eerlijk en in de terreinproef toont hij zich een goed terreinpaard met veel looplust. Hij heeft veel aanleg als spring-, terrein- en dressuurpaard.
Het stalgedrag is normaal, evenals het gedrag bij het voeren en verzorgen. Hij heeft een goed en eerlijk karakter. Olfert vraagt een passende ruiter.

Zijn prestaties zijn gewaardeerd met 8,71 punten voor de rijproef, een acht voor het vrij springen, een negen voor het springen onder het zadel en een negen voor de aangespannen proef. Achten heeft hij gekregen voor de terreinproef, het karakter en het stal- en  trainingsrapport. In totaal behaalde hij 164,13 punten.

Aan het verrichtingsonderzoek 1976 hebben 37 hengsten deelgenomen, waarvan er zeven door veterinaire problemen niet aan de eindbeoordeling hebben meegedaan. Van de 30 hengsten die wel het gehele onderzoek hebben afgewerkt is Olfert (samen met Overste) ex aequo als vierde geëindigd. De hoogst gewaardeerde hengst was Octaaf KWPN (V. Cartoonist xx).

Tijdens de KWPN-hengstenkeuring 1977 in Utrecht is Olfert in de presentatie aan de hand van de zestien rijpaardhengsten die in 1976 aan het verrichtingsonderzoek hebben deelgenomen, als zevende geplaatst. In een presentatie onder het zadel is hij als vierde van de acht deelnemende hengsten geëindigd.

In augustus 1979 heeft het KWPN een groep nakomelingen (veulens, enters en twenters) van Olfert beoordeeld.
Daarover is gerapporteerd dat door het betrekkelijk gering aantal dekkingen geen selectie is uitgevoerd en dat alle in 1977, 1978 en 1979 geregistreerde nakomelingen zijn beoordeeld. De veulens hebben doorgaans matige moeders. De verbindingen zijn weinig sterk. Er zijn diverse onderhalzen geconstateerd en ook nog wel eens een arm bespierde hals. De croupe is dikwijls kort. De veulens vertonen dikwijls veel eigenschappen van de moeder wat niet pleit voor de fokkerijpotentie van Olfert. Daardoor tonen de veulens weinig uniformiteit. Enkele voorbenen zijn in stand en in beweging niet geheel correct. De stap is net voldoende. De draf is onvoldoende ruim en de stuwkracht is nauwelijks voldoende. Diverse veulens zijn onregelmatig in beweging.

Bij de oudere nakomelingen is de ongelijksoortigheid niet minder. Een rechte schouder gaat dikwijls gepaard met een lange rug. Het achterbeen is nog wel eens aan de lange kant. De hoofden zouden soms mooier kunnen zijn. Enkele nakomelingen waren een beetje week gekoot en bij een aantal zou het spronggewricht mooier kunnen zijn. De maat is dikwijls amper voldoende, maar op dat punt schoten ook de moeders verschillende keren ernstig tekort. Ook bij de oudere nakomelingen is er een groot gebrek aan uniformiteit. Het weinig fraaie hoofd en de onderhals werden consequent doorgegeven. De stap en draf zijn niet beter dan bij veulens.

Op grond van de bevindingen is besloten Olfert in 1980 niet meer goed te keuren.

Volgens publicaties in “In de Strengen” zijn van Olfert 94 nakomelingen geregistreerd.

Olfert is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij F. Koemans in Asch (1976), J. Toonen in Escharen (1977) en H. Reilink, Schalkhaar (1978 en 1979).

11.  Orvil KWPN 181 Stb (1973)

 

 

Orvil KWPN (V. Uppercut xx) is een kastanjebruine hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 10 april 1973 geboren en is gefokt door E.J.J. Hagreis uit Ambt Delden, dat ten westen van de stad Hengelo in het zuidoosten van de provincie Overijssel ligt.
De moeder van Orvil is de donkerbruine merrie Adette NWP (1967, V. Porter Holst) en tweede moeder is de bruine Setruda NWP (1963, V. Flevo NWP).

Gerekend over acht generaties heeft Orvil een afstamming met 50,0 % Engels volbloed, 25,0 % Oldenburgse bloed, 12,5 % Trakehner bloed en 12,5 % Holsteins bloed.

Orvil is in 1976 tijdens de hengstenkeuring in Utrecht door het KWPN goedgekeurd voor de fokkerij. Hij is daarbij als 29e van de 34 goedgekeurde rijpaardhengsten geplaatst. Opgemerkt is dat Orvil in het geheel wat forser en typischer zou kunnen zijn. De kwaliteit is goed en de afstamming is Uppercut xx x Porter en dat zijn twee hengsten waarvan de kinderen om hun springcapaciteiten worden gezocht.

Hij heeft van 9 september tot 13 november 1976 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken. Over zijn prestaties is gerapporteerd dat
hij in de training goed zijn best deed en geleidelijk vorderingen maakte. Zijn gedrag tijdens de training is normaal.
Bij de eindbeoordeling is opgemerkt dat hij een goed gereden rijproef heeft laten zien, waarbij hij soms iets onregelmatig was in stap en draf.
Bij het springen onder het zadel toonde hij een goed gereden parcours met wat weinig souplesse en bij het vrij springen laat hij gewillige springmanieren en wat weinig bascule zien. De aangespannen proef is best en in de terreinrit toont hij zich een sterk terreinpaard met veel looplust.
Orvil heeft voldoende aanleg als spring-, terrein- en dressuurpaard. Het stalgedrag is normaal, evenals het gedrag bij het voeren en verzorgen. Hij heeft een goed en eerlijk karakter.

De prestaties tijdens het onderzoek zijn gewaardeerd met 7,86 punten voor de rijproef, achten voor het vrij springen en het springen onder het zadel en negens voor de aangespannen proef, de terreinproef en het karakter. Het stal- en trainingsrapport is gewaardeerd met een zeven. In totaal heeft Orvil 161,58 punten behaald.

Aan het verrichtingsonderzoek 1976 hebben 37 hengsten deelgenomen, waarvan er zeven door veterinaire problemen niet aan de eindbeoordeling hebben meegedaan. Van de 30 hengsten die wel het gehele onderzoek hebben afgewerkt is Orvil als zevende geëindigd. De hoogst gewaardeerde hengst was Octaaf KWPN (V. Cartoonist xx).

In augustus 1979 heeft het KWPN een groep nakomelingen (veulens, enters en twenters) van Orvil beoordeeld.
Daarover is gerapporteerd dat de veulens te weinig rasuitdrukking toonden, hoewel diverse veulens uit goede moeders kwamen. De schouders zijn praktisch zonder uitzondering kort en zouden schuiner moeten liggen. Door de schouderligging werd het iets te lange middenstuk geaccentueerd. Een opgerichte halsvorm in combinatie met doorgaans te weinig bespiering ontnam de veulens in de voorhand het gewenste rijpaardsilhouet. De beweging was verrassend goed. De stap en draf zijn gemakkelijk en bekoorlijk. Vooral in draf tonen de veulens veel souplesse met voldoende, en soms uitstekende stuwing. De bemerkingen over de veulens gelden ook voor de oudere nakomelingen, met uitzondering van de opmerkingen over het drafmechanisme.

De enters zijn onvoldoende rijtypisch. De schouder is zonder uitzondering kort en steil. De meeste enters vielen weg achter de schoft en de hals stond er in alle gevallen te sterk op, in combinatie met een onderhals. De enters werden kennelijk gegemberd voorgebracht, waardoor de weinig rijtypische bouw nog werd geaccentueerd. Bij de helft van de enters was de stap maar net voldoende, bij de andere onvoldoende. Ze ruimden niet in draf en kwamen onvoldoende uit de schouder. De stuwing was dikwijls wel goed, maar de totale bewegingsvorm was onvoldoende rijtypisch.

De twenters waren voldoende ontwikkeld  en sterk gebouwd. Behoudens een spaarzame uitzondering waren ze onvoldoende rijtypisch. De stap was onvoldoende.
In draf was de stuwing niet ontoereikend, maar die ging niet vergezeld van een voldoende uit de schouder gaande rijpaarddraf.

Op basis van de bevindingen heeft het KWPN besloten Orvil in 1980 niet meer goed te keuren voor de fokkerij.

Volgens gegevens uit het blad “In de Strengen” heeft het KWPN 77 nakomelingen van Orvil geregistreerd.

Orvil is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij J. Meursing in Gieten (1976 en 1977) en bij W. van de  Brand, Haarsteeg (1978 en 1979).

12.  Ovidius KWPN 184 Stb (1973)

Ovidius KWPN (V. Uppercut xx) is een vos hengst met een stokmaat van 161 cm. Hij is op 31 maart 1973 geboren en is gefokt door C. Waal uit Beemster, dat ten noordwesten van Purmerend in de provincie Noord Holland ligt.
De moeder van Ovidius is de bruine merrie Becilia Sgldt ster preferent (1960, V. Victor Sgldt). Zij is ook de moeder van de hengst Huzaar Sgldt (1966, V. Amor Sgldt), die is goedgekeurd door het VLN en later het KWPN.
Tweede moeder is de vos Vacilia Sgldt (1956, V. Helmar Sgldt).

Gerekend over acht generaties heef Ovidius een afstamming met  50,0 % Engels volbloed, 18,0 % Gelders bloed, 14,1 % Oldenburgs- en Oostfries bloed en 10,2 % Selle Français bloed.

Ovidius is in 1976 tijdens de hengstenkeuring in Utrecht goedgekeurd door het KWPN. Van de 34 goedgekeurde rijpaardhengsten is hij als 31e geplaatst, waarbij is gemeld dat Ovidius nog wat beknopt is. Het middenstuk is wat lang. De hengst is wel hard.

Ovidius heeft van 9 september tot 13 november 1976 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken. Over zijn prestaties is gerapporteerd dat hij tijdens het onderzoek goede vorderingen heeft gemaakt. Hij heeft een matige bereidheid om te werken en toonde vooral in het begin van het onderzoek verzet. Hij moest aanvankelijk voor een terreinrit eerst worden gelongeerd; later is dit niet meer nodig, maar het verzet bij verschillende oefeningen, vooral in de terreinrit, is gebleven. Dit uitte zich onder andere in steigeren.
Bij de eindbeoordeling is gemeld dat hij tijdens de rijproef gespannen was en wat verzet pleegde. Bij het springen onder het zadel heeft hij een goed gereden parcours laten zien waarbij hij zich nogal onttrekt aan zijn ruiter. Bij het vrij springen laat hij prima springmanieren zien. Bij de aangespannen proef trekt hij goed, maar is wat onrustig bij het halthouden. Bij de terreinproef toont hij zich een best terreinpaard met prima ligging.
Ovidius heeft een zeer goede aanleg als springpaard en veel aanleg als terrein- en dressuurpaard. Zijn stalgedrag is normaal, evenals het gedrag bij het voeren en verzorgen. Ovidius heeft een eigenzinnig karakter en pleegt af en toe verzet.

De prestaties van Ovidius zijn gewaardeerd met 6,0 punten voor de rijproef, 9,5 punten voor het vrij springen, 6,5 punten voor het springen onder het zadel, zeven punten voor de aangespannen proef, 8,5 punten voor de terreinproef en zes punten voor het karakter en voor het stal- en trainingsrapport. In totaal heeft Ovidius 143,0 punten behaald.

Aan het verrichtingsonderzoek 1976 hebben 37 hengsten deelgenomen, waarvan er zeven door veterinaire problemen niet aan de eindbeoordeling hebben meegedaan. Van de 30 hengsten die wel het gehele onderzoek hebben afgewerkt is Ovidius als zeventiende geëindigd. De hoogst gewaardeerde hengst was Octaaf KWPN (V. Cartoonist xx).

Van Ovidius hadden in 1979 de nakomelingen moeten worden beoordeeld, maar de eigenaar heeft er voor gekozen geen afstammelingen te tonen. Ovidius is daarom vanaf 1980 niet meer goedgekeurd voor de fokkerij.

Van hem zijn 97 nakomelingen geregistreerd.
Ovidius is van 1976 tot en met 1979 voor de fokkerij beschikbaar geweest bij J. Couperus in Oostermeer.

13.  Panter KWPN 202 Stb (1974)

Panter KWPN (V. Uppercut xx) is een bruine hengst met een stokmaat van 162 cm. Hij is op 2 maart 1974 geboren en is gefokt door G.D. Boeve uit Heerde, dat aan de oostkant van de Veluwe in het noorden van de provincie Gelderland ligt.
De moeder van Panter is de donkerbruine merrie Franciska NWP ster prestatie (1969, V. Rigoletto Holst). Zij is ook de moeder van de hengst Signatuur KWPN (1976, Pantheon xx), die is goedgekeurd door het KWPN.
Tweede moeder van Panter en Signatuur is de bruine Wilhelmina NWP (1965, V. Farn Holst).

Gerekend over acht generaties heeft Panter een afstamming met 65,6 % Engels- en Arabisch volbloed en 21,9 % Holsteins bloed.

Panter is in 1977 tijdens de hengstenkeuring in Utrecht goedgekeurd door het KWPN. Van de 32 goedgekeurde rijpaardhengsten is hij als zeventiende geplaatst. Het KWPN heeft daarbij aangegeven dat Panter een interessante hengst is voor degenen die op zoek zijn naar “springbloed”. De hengst zelf is hard. Het voorbeen zou geprononceerder moeten zijn, de rug is wat diep en de croupe iets kort.

Hij heeft van 7 september tot 5 november 1977 in Sleen deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van negen weken. Over zijn prestaties tijdens het onderzoek is gemeld dat Panter in het begin van het onderzoek wat druk was, maar goede vorderingen heeft gemaakt. In het begin van het onderzoek had hij veel bereidheid om te werken, maar dat is in de loop van het onderzoek afgenomen. Zijn gedrag tijdens de training is normaal. Hij is gewillig en attent en tijdens de buitenrit wat speels.
Bij de eindbeoordeling is opgemerkt dat hij een matige rijproef heeft afgelegd met bemerkingen op de ruimte en de stuwing in alle drie gangen.
Bij het springen onder het zadel heeft hij een voldoende prestatie getoond. Hij is wat onzeker in de sprong. Bij het vrij springen toont hij goede springmanieren met wat weinig bascule. Hij blijft iets vlak. De aangespannen proef is goed. Panter is eerlijk en betrouwbaar. In de terreinproef laat hij zien een goed terreinpaard te zijn. Wel is hij wat gevaarlijk op de sprong.
Panter heeft veel aanleg als springpaard en voldoende aanleg als terrein- en dressuurpaard. Hij heeft een goed en eerlijk karakter. Het stalgedrag is normaal, evenals het gedrag bij het verzorgen en het voeren.

De prestaties zijn gewaardeerd met 6,19 punten voor de rijproef, acht punten voor het vrij springen, 6,5 punten voor het springen onder het zadel, negen punten voor de aangespannen proef, 7,5 punten voor de terreinproef, negen punten voor het karakter en acht punten voor het stal- en trainingsrapport. In totaal heeft hij 155,87 punten behaald,

Aan het verrichtingsonderzoek 1977 hebben 35 rijpaardhengsten meegedaan, waarvan er vijf om veterinaire redenen niet aan een eindbeoordeling hebben deelgenomen. Vijf andere hengsten hebben een uitgestelde eindbeoordeling afgelegd. Panter is als tiende geëindigd. De hengst Pentagon (V. Erdball xx) was de hengst met het hoogste puntentotaal.

In augustus 1980 heeft het KWPN een groep van 24 nakomelingen (veulens, enters en twenters) van Panter beoordeeld. Daarover is gemeld dat bij de veulens kon worden vastgesteld dat de hengst weinig medewerking heeft ondervonden van de zijde van de hem aangeboden merries. In doorsnee bleken deze weinig rijtypisch te zijn, eenvoudig en veelal klein. Niet tegenstaande deze handicaps slaagde hij er in zowel aan het model als aan de beweging verbeteringen aan te brengen. De dikwijls schrale veulens bezaten voldoende hardheid in de onderdanen. Een enkele schouder zou iets langer mogen zijn, als gevolg waarvan het middenstuk nog wel eens gezonken aandeed, waarbij de schrale conditie ook een rol speelde. In beweging viel dan dikwijls iets weg van die bemerking. In de enkele gevallen waarin het veulen vergezeld ging van een rijpaardmoeder bleek de hengst sterker door te kunnen drukken. De voldoende ontwikkelde spronggewrichten konden soms iets beter zijn afgewerkt. Hoewel de stap iets meer buiging van het achterbeen te zien zou kunnen geven, was deze gang wel gemakkelijk en vierkant met voldoende ruimte. Ook de draf was voldoende ruim en gemakkelijk. De achterhand zou iets meer onder de massa kunnen komen. Bijna de helft van de veulens vertoonde een overbeet; bij de enters en twenters was de bemerking praktisch niet meer te maken.

Bij de veulens was het achterbeen nog wel eens iets recht gesteld, bij de enters werd doorgaans een goed gesteld achterbeen waargenomen met voldoende hardheid. Wel droegen sommige jaarlingen een minder edel hoofd. Op het middenstuk konden nu praktisch geen bemerkingen worden gemaakt. De spronggewrichten waren hard en goed ontwikkeld. De stap was voor het merendeel goed, als bij de veulens. De draf was deels met voldoende ruimte, buiging en onderbrenging, deels kon het beeld wat royaler zijn als gevolg van het niet helemaal ondertreden van de achterhand.

De collectie twenters was als die van de enters. Ontwikkeling, maat en hardheid waren voldoende. Met name in de croupevorm zou deze groep iets rijtypischer mogen zijn. De croupe kon ook wel iets langer zijn. Een enkel hoofd kon beschaafder. Zowel bij de enters als bij de twenters vielen de goede voeten op. De stap was best. De draf kan vergeleken worden met die van de enters.

In 1983 heeft het KWPN de fokkerijresultaten van Panter aan de hand van stamboekgegevens en keuringsrapporten geëvalueerd. Het stamboek heeft gemeld dat in vergelijking met leeftijdgenoten Panter het minste aantal stamboekmerries heeft geregistreerd (5 stuks). Er zijn van hem geen stermerries genoteerd en ook geen (voorlopige) keurmerries. Eén merrie is voor stamboekopname geweigerd. De laatste drie jaar zijn 7 paarden voor stamboekopname aangeboden, waaronder één ruin. Aangezien van de zijde van de fokkers zo weinig belangstelling voor deze hengst wordt getoond, heeft de hengstenkeuringscommissie bepaald dat zijn plaats beter kan worden ingenomen door een meer belovende jonge hengst.

Door Panter zijn 178 merries gedekt en daaruit zijn 99 nakomelingen geregistreerd.

Panter is voor de fokkerij beschikbaar geweest bij W. Schurink, Den Ham (1977 -1982) en bij H. Kwak, Vriescheloo (1983).

14.  Rembrandt KWPN 232 Stb (1975)

 

 

Rembrandt KWPN (V. Uppercut xx) is een vos hengst met een stokmaat van 165 cm. Hij is op 28 mei 1975 geboren en is gefokt door J. Oostra uit Gasselte, dat tussen Gieten en Borger op de Hondsrug in de provincie Drenthe ligt.
De moeder van Rembrandt is de vos merrie Mimosa NWP model preferent (1961, V. Sinaeda NWP) en tweede moeder is de zwarte Ukaline NWP (1952, V. Commandeur NWP).

Gerekend over acht generaties heeft Rembrandt een afstamming met 50,0 % Engels volbloed, 20,3 % Oldenburgs bloed en 12,5 % Holsteins bloed.

Rembrandt is in 1978 tijdens de hengstenkeuring in Utrecht door het KWPN uitgenodigd om deel te nemen aan het verrichtingsonderzoek. Over zijn exterieur is gemeld dat hij de grote lijnen mist en ook nog wat meer klasse zou moeten hebben. De schouder is ook nog iets aan de rechte kant. Een groot pluspunt is het goed gestelde achterbeen.

Rembrandt heeft van begin maart tot medio juni 1978 in Ermelo deelgenomen aan een verrichtingsonderzoek van 100 dagen.
Over zijn prestaties in het onderzoek is gerapporteerd dat Rembrandt een intelligente, goed gehumeurde hengst is, die in de omgang erg eerlijk en aanhankelijk is, maar in het werk onberekenbaar. Hij is behoorlijk gehoorzaam en gewillig.
Omdat hij overbouwd is kan hij moeilijk tot dragen komen. Hij heeft een actieve achterhand en veel aanleg om wijd te gaan lopen. Hij vangt zich snel en heeft een moeilijke zadelligging. In de dressuur heeft hij voldoende bewegingen. Bij het springen onder het zadel maakt hij mooie ruime sprongen. De voorbeentechniek is traag. Bij het vrij springen presteert hij goed en in het terrein toont hij een uitstekende galop. Bij de aangespannen proef presteert hij normaal. Rembrandt werkt met veel plezier en ervaart het werk als normaal. Tijdens het werk eist hij voortdurend grote attentie van de ruiter. Hij is behoorlijk leergierig en leert tamelijk snel. Hij is vrij attent en heeft voldoende bereidheid om te werken. Rustig stalgedrag.

Bij de eindbeoordeling zijn de volgende opmerkingen gemaakt:
Trekproef: aanzetten voor de slede goed, bij in- en uitspannen onrustig; aanzetten voor de wagen enigszins onrustig, overigens braaf.
Rijproef: toont weinig inzet, komt in stap niet over de schouder, middelmatige verrichting.
Springen ohz: voldoende techniek en vermogen, af en toe verzet.
Vrij springen: taxeert goed, goede techniek, ruim voldoende vermogen.
Terreinproef: goede galop en goede springtechniek in de steeple; in de cross zeer goede galoppeur, goed door op de sprong, ligt in het terrein.
Rembrandt heeft voldoende aanleg als dressuurpaard, ruim voldoende aanleg als springpaard, zeer veel aanleg als terreinpaard.

De prestaties zijn gewaardeerd met 6,33 punten voor de rijproef, acht punten voor het vrij springen, zeven punten voor het springen onder het zadel en voor de aangespannen proef, negen punten voor de terreinproef en acht punten voor het karakter en voor het stal- en trainingsrapport.
Rembrandt behaalde in totaal 155,99 punten. Na afloop van het onderzoek heeft het KWPN Rembrandt goedgekeurd voor de fokkerij.

Aan het verrichtingsonderzoek van rijpaarden 1978 hebben 46 hengsten deelgenomen, waarvan er 27 het gehele onderzoek hebben afgewerkt.
Rembrandt heeft het onderzoek als vijftiende afgesloten. De hoogst gewaardeerde hengst was Recruut (V. Marco Polo Trak).

In augustus 1980 heeft het KWPN een groep van twaalf veulens van Rembrandt beoordeeld. Daarover is gerapporteerd dat de veulens op een reeks van – niet positief te waarderen – punten tamelijk uniform te zijn.
Als gevolg van onvoldoende schuinliggende schouders en een gezonken middenstuk waren de verbindingen tussen voor- en achterhand matig sterk. Daarbij kwam de hals dikwijls diep uit de borst. De hoofden konden edeler. De schoft was in de meeste gevallen nauwelijks ontwikkeld. Menig croupe miste de vereiste lengte en was dan ook dikwijls recht. De voorstand was bij verschillende veulens iets steil. Bij de aangewezen veulens liepen enkele exemplaren die meer ontwikkeling hadden mogen vertonen. Overigens was die ontwikkeling goed. Bij bloedvoerende merries liepen duidelijk de betere veulens. Toch miste het merendeel van het getoonde materiaal in het beenwerk de klasse.
De stap was in meerdere gevallen nauwelijks voldoende te noemen. De veulens  kwamen onvoldoende uit de schouder. Hoewel de draf iets beter was dan de stap, bleek ook hier de schoudervrijheid zeer te wensen over te laten. De onderbrenging zou ook beter moeten en bovendien werden nogal eens steekgangen waargenomen.

Op grond van de bevindingen heeft het KWPN aangegeven Rembrandt in 1981 niet meer goed te keuren.

Het KWPN heeft van Rembrandt 44 veulens geregistreerd. Acht dochters zijn als fokmerrie ingeschreven in het stamboek, maar geen van hen heeft een predicaat behaald.

Rembrandt is na zijn fokkerijcarrière geëxporteerd naar de Verenigde Staten.

 

Afgesloten op 14 november 2025

 

Back To Top